Op maandag 9 februari vond in het Victoria Hotel in Amsterdam de Onderwijsconferentie Internationalisering po/vo plaats, een conferentie gericht op internationalisering in het primair en voortgezet onderwijs.

Openingstoespraak en presentaties
De dag begon met een openingstoespraak van Ercan Torun (directeur Stichting Cosmicus). Tijdens zijn speech onderstreepte hij het belang van internationalisering in het onderwijs en gaf hij het voorbeeld van de Cosmicusscholen ‘waar leerlingen worden opgeleid tot wereldburgers en waar ze een visie leren ontwikkelen in een wereld waarin grenzen vervagen en mensen steeds vaker en intensiever met elkaar interacteren’.
(Klik hier voor de openingstoespraak)

Aansluitend sprak Stephan Meershoek (hoofd netwerken en relaties EP-Nuffic) over de noodzaak van internationalisering in onderwijs. ‘Globalisering is geen keuze, maar een realiteit en internationalisering in het onderwijs is het antwoord daarop’, stelde hij.

Een organisatie die internationalisering ademt is UNESCO. Commissielid onderwijs Anke van Kampen gaf een presentatie over het UNESCO-scholennetwerk. Een scholennetwerk dat bijdraagt aan vrede en verdraagzaamheid door leerlingen te onderwijzen over thema’s als: vrede en mensenrechten, intercultureel leren, duurzame ontwikkeling en wereldburgerschap.
Vervolgens ging Ruud van der Aa (onderzoeker ECORYS) dieper in op de kosten en baten van internationalisering in het onderwijs en de geschatte effecten ervan. Hoewel onderzoek het aannemelijk maakt dat talenonderwijs en deelname aan uitwisselingsprogramma’s in het po en vo bijdragen aan internationale oriëntatie van leerlingen in studieloopbaan en arbeidsmarkt, is er volgens Ruud van der Aa toch meer onderzoek nodig.

Po-panel
In het tweede gedeelte schoof het po-panel aan en werd de discussie gevoerd over hoe internationalisering in het primair onderwijs kan worden vormgegeven. Een voorbeeld daarvan is vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto). Saskia Nivard (leerkracht Wereldschool in Amsterdam) is daar groot voorstander van. Zij geeft twee en een halve dag per week les aan groep 1 en 2, waarvan vier uur in het Engels. Daarnaast geeft ze Engelse taal en cultuur aan de groepen 3 t/m 8. Volgens haar zijn de leerlingen enthousiast en gemotiveerd om Engels te leren en zien de kinderen, hoe jong ze ook zijn, er de meerwaarde voor henzelf van in. Ook Conny van Egmond (directeur Visserschool in Amsterdam) is groot voorstander van vvto. Bij haar op school wordt 30% van het onderwijs in het Engels gegeven. Ze vindt het een goede investering in zowel de leerlingen als de leerkrachten. Verder benadrukte Robert van Mulligen (kerndocent PABO HvA) dat internationalisering ook gepaard gaat met het bewust-zijn van je omgeving en de samenleving waarin je leeft. Met name omdat de Nederlandse samenleving steeds diverser wordt. Op de PABO Hva worden studenten daarom onder meer opgeleid tot stadsbekwame leerkrachten die ook hiermee weten om te gaan. Volgens Mark Weekenborg (manager onderwijskwaliteit PO-Raad) zijn dit allemaal mooie en duidelijke voorbeelden die laten zien dat internationalisering in het onderwijs geïntegreerd moet worden. Echter moet het niet als wéér iets verplichts worden opgelegd.

Toespraken
In het derde gedeelte ging Sjoerd Slagter (bestuurslid Stichting Internationaal Onderwijs en Europees vertegenwoordiger Internationale Organisatie voor Schoolleiders) tijdens zijn presentatie dieper in op onderwijskwaliteit in een internationaal perspectief. Daarbij haalde hij aan dat de onderwijskwaliteit belangrijk is om te concurreren op de internationale markt en we daar in ons onderwijssysteem nog winst kunnen behalen.
Daarna was het woord aan de wethouder onderwijs van Amsterdam, Simone Kukenheim. Zij sprak over het belang van culturele sensitiviteit en de verrijking van het spreken van een extra taal, of dat nu Engels, Frans of Turks is, ook vanuit economisch perspectief gezien. Daarnaast is de wethouder van mening dat de kwaliteit van onderwijs juist bij leraren begint en onderwijs veel meer is dan leren lezen en schrijven. Zij is van mening dat we kinderen moeten leren goed met elkaar om te kunnen gaan in een internationale samenleving.

Vo-panel
Tijdens het vo-panel gaf Patrick Mettendaf (docent Engels Cosmicus College in Rotterdam) aan de hand van eigen ervaringen weer hoe je naast taal internationalisering in het lesgeven kan toepassen, zoals het bespreken van actualiteiten met leerlingen. En je vooral niet moet opgeven als iets extra moeite kost. ‘Uiteraard kost een trip naar Amerika met leerlingen veel geld, maar door samen geld in te zamelen, sponsoren te zoeken is het mogelijk’, benadrukte hij. Daartegenover gaf Maarten Knoester (bestuurder Stichting Het Rijnlands Lyceum) aan dat betrokkenheid vanuit het bestuur daarbij belangrijk is en zij tevens internationalisering moeten omarmen. Volgens Robert de Bruijne (vwo-5-leerling Calvijn College in Goes) heeft het deels ook met de motivatie van de leerlingen zelf te maken. Eén ding is echter zeker voor hem: door deel te nemen aan internationale activiteiten, waaronder INESPO (een internationale duurzaamheidsolympiade voor scholieren) is hij bewuster geworden van zijn omgeving en zelfverzekerder.

Afsluiting
Afsluitend gaf Simon Steen (voorzitter ECNAIS en strategisch adviseur VBS) een reflectie op de dag. Concluderend stelde hij dat internationalisering vooral bedoeld is om leerlingen toe te rusten op de steeds internationaler wordende samenleving waarbij we vooral hun eigen waarde en talenten moeten erkennen en stimuleren.

Voor een impressie van de conferentie, klik hier.