Op maandag 19 juni ’17 vond aan de Hogeschool Rotterdam de Onderwijsconferentie Burgerschap plaats. Wij danken iedereen die aan de conferentie heeft bijgedragen. Wij hopen u bij de volgende Onderwijsconferentie weer welkom te mogen heten. Hieronder een verslag van de conferentie:

‘Investeren in burgerschapsonderwijs zal Nederland sociaal en economisch sterker maken’

 

Inleiding en welkomstwoorden

Dagvoorzitter Sjoerd Slagter (oud-voorzitter VO-raad en docent filosofie) geeft de aftrap van de conferentie met de woorden: “De school is een oefenplaats voor het leven”, daarmee doelend op de onlosmakelijke samensmelting tussen burgerschap en onderwijs. Volgens Slagter is door de verharding van de samenleving en het oprukkende individualisme meer dan ooit behoefte aan burgerschapsonderwijs en bildung. “De samenleving staat voor grote uitdagingen, waarvan de grootste de groeiende tweedeling is, zoals hoog vs. laag opgeleid, arm vs. rijk, jong vs. oud, migranten vs. autochtonen”, aldus Slagter.

Gastheer Ron Bormans (voorzitter CvB Hogeschool Rotterdam) geeft aan dat burgerschap bij jezelf begint: “Burgerschap moet je tonen, zowel op persoonlijk- als op schoolniveau. Instituties moeten burgerschap voorleven en mensen het gevoel geven dat ze welkom zijn.”

De organisator van de conferentie Alaattin Erdal (voorzitter Stichting Cosmicus) vindt dat er in het curriculum meer aandacht nodig is voor gemeenschappelijke waarden. Hij hoopt dat de conferentie antwoord zal geven op vragen zoals: “Hoe leren we jongeren respectvol om te gaan met verschillen? Hoe maken we van jongeren sociaal weerbare burgers die kritisch kunnen denken? Hoe zorgen we ervoor dat alle talenten de kans krijgen om te groeien en te bloeien?”

Toespraken

De hoofdspreker van de conferentie is Jo Ritzen (oud-minister van Onderwijs, hoogleraar Universiteit Maastricht). Volgens Ritzen is sociale cohesie de steunpilaar van de samenleving: “Sociale cohesie is essentieel voor de samenleving en economie. Investeren in burgerschaponderwijs zal Nederland sociaal en economisch sterker maken.” Er zijn veel praktijkvoorbeelden, maar daar is weinig evaluatie en (internationaal) onderwijsonderzoek naar gedaan. Ritzen geeft het onderwijsveld twee tips mee: “Vermijd in leerboeken stereotyperingen die verdeeldheid bevorderen en zoek naar convenanten in sociale media die verdeeldheid tegengaan.”

Hugo de Jonge (wethouder Onderwijs, Jeugd en Zorg Gemeente Rotterdam) stelt dat scholen wettelijk gezien wel aan hun burgerschapstaak voldoen, maar dat er ruimte is voor meer. “Burgerschap is niet iets erbij, het is het onderwijs zelf. Burgerschap behoort tot de pedagogische kern van het onderwijs.” De Jonge vindt dat burgerschapsonderwijs in de loop der jaren ondergesneeuwd is geraakt. Ook is de inhoud te beperkt geraakt: “Burgerschapsonderwijs is niet alleen integratie-gerelateerd, het gaat ook over omgaan met nieuws, met propaganda, etc.” De Jonge ziet de afschaffing van de maatschappelijke stage als een grote fout. Tot slot geeft hij het publiek drie tegelwijsheden mee: 1) Those who stand for nothing fall for anything, 2) Alles wat aandacht krijgt groeit, en 3) Alles van waarde is weerbaar.

Onderwijspanel

Halil Karaaslan (docent maatschappijleer Lentiz college) ervaart dat er in de communicatie met leerlingen veel ruis is. “Het woord ‘Nederlanderschap’ kan op allerlei manieren worden begrepen: voor de een is het een neutrale term, voor de ander een uitsluitende.” Dit maakt zijn taak als docent lastiger. Hij adviseert zijn mededocenten om ontmoetingen te arrangeren met anderen: “Laat ze vragen stellen en nadenken.” Ook vindt hij dat docent burgerschap een speciale bevoegdheid zou moeten zijn.

Tanja Jadnanansing (programmamanager strategie en externe betrekkingen Albeda College) vindt dat docenten dicht bij de kinderen moeten staat, meer om ze moeten geven en van ze houden. Ze merkte in haar periode als Kamerlid dat er veel docenten zijn die eigenlijk niet van hun leerlingen houden. Ze roept docenten op om meer mensen van buiten de school uit te nodigen voor een gastles. “Vraag mensen, ze accepteren het en de jongeren vinden het fantastisch en raken er door geïnspireerd.”

Guido Walraven (lector Dynamiek van de Stad Hogeschool Inholland) kijkt met name naar de uitdagingen in de grote steden. Hij vindt dat traditionele lerarenopleidingen hun leraren niet de benodigde bagage meegeven voor het lesgeven in de grote stad. “Leraren moeten meer stadsbekwaam worden”, aldus Walraven. Hij vindt dat professionals zich best wat moediger mogen opstellen en de ruimte die ze hebben beter benutten: “Er is meer ruimte voor burgerschapsonderwijs dan docenten beseffen.” Hij raad scholen aan om heldere keuzes te maken en die goed te verantwoorden naar de onderwijsinspectie.

Susanne Feiertag (coördinator Internationalisering4all Nuffic) vindt dat burgerschapsonderwijs een plek moet krijgen in het curriculum zonder dat het een aparte vak wordt. Volgens Feiertag is burgerschapsonderwijs essentieel in een pluriforme samenleving: “Door burgerschapsonderwijs kijken jongeren anders naar hun eigen cultuur en krijgen ze meer begrip voor elkaars cultuurverschillen.” Docenten moeten goed worden uitgerust voor burgerschapsonderwijs met geschikte lesmaterialen en handreikingen.

Ferd Stouten (bestuurder Montessori Scholengemeenschap Amsterdam) vindt dat scholen zich beter moeten verantwoorden voor burgerschapsonderwijs. Hij merkt dat persoonlijk contact tussen leerlingen van verschillende scholen positief invloed heeft op burgerschapsvorming. Hij moedigt zijn directeuren aan om daar meer aandacht aan te besteden. Volgens Stouten kan burgerschapsonderwijs makkelijk binnen de huidige ruimte: “Het hoeft niet steeds over meer uren en geld te gaan.”

Het onderwijspanel maakt een belangrijke kanttekening bij burgerschapsonderwijs. Ze vinden dat het voorbereiden van jongeren op de samenleving niet alleen de verantwoordelijkheid van de school is. Een brede aanpak is nodig. Ook de politiek, media en het bedrijfsleven moeten hun verantwoordelijkheid nemen waar het gaat om beeldvorming, discriminatie en acceptatie van nieuwkomers. Daarnaast is meer aandacht nodig voor de onderliggende factoren zoals de sociale ongelijkheid in de samenleving.

Politiek panel

Kirsten van den Hul (lid Tweede Kamer, PvdA) vindt dat de sociaaleconomische tweedeling aan de basis ligt van de meeste problemen die aan burgerschap gerelateerd zijn. “We moeten niet vanuit het “ik” denken, maar vanuit het “wij”, aldus Van den Hul. Curriculuminhoudelijk wil ze dat er vanuit een doorlopende leerlijn wordt gekeken naar wat de jongeren nodig hebben.

Mario Stam (wethouder Onderwijs, Gemeente Schiedam) vindt dat er eerst een fatsoenlijke salaris voor docenten moet komen en minder leerlingen in de klas. Ook leven nog steeds veel kinderen in armoede. Hij vindt dat docenten duidelijk moeten aangeven waar ze behoefte aan hebben voor burgerschapsonderwijs. “Burgerschapsonderwijs moet met de docenten samen gedaan worden, door hen worden gedragen”, aldus Mario Stam.

Harry van der Molen (lid Tweede Kamer, CDA) vindt de voorgestelde maatregelen van de minister en staatssecretaris van Onderwijs op het gebied van burgerschapsonderwijs nog te vrijblijvend: “Je moet daar consequenties aan verbinden.” Het is lastig om docenten te vinden die goed burgerschapsonderwijs geven. Hij wil daarom investeren in de kwaliteit van leraren.

Arnold de Leeuw: “Bij huisvesting lopen de scholen achter ons aan, maar bij burgerschapsonderwijs is dat precies andersom.” Hij vindt dat scholen nog een slag te slaan hebben, maar ook dat er nog meer ruimte voor burgerschapsonderwijs moet zijn. Het moet meer zichtbaar zijn in het curriculum van de scholen. Wat hem betreft mag het ten koste gaan van andere vakken.

Regeerakkoord

Op de vraag wat er over burgerschapsonderwijs in het regeerakkoord moet komen geeft het politiek panel de volgende antwoorden:

Mario Stam: “Zo min mogelijk.”

Harry van der Molen: “Meer geld.”

Kirsten van hen Hul: “De lerarenopleidingen meer bij burgerschapsonderwijs betrekken. Meer interdisciplinair werken.”

Arnold de Leeuw: “Niet teveel inhoud. De maatschappelijke stage terug.”

Reflectie

Afsluitend geeft Lydia van Rietschote (directeur World Education Forum) een reflectie op de dag. Concluderend stelt zij dat de sociale cohesie in de samenleving door burgerschaponderwijs bevorderd kan worden, maar dat burgerschaponderwijs nog te vrijblijvend is. Ook is er meer onderzoek nodig naar hoe dat precies gedaan kan worden. Het onderwijs kan dit echter niet alleen. Het moet breed gedragen worden en er is aandacht nodig voor gelijke kansen wat betreft leven, wonen en werken. Er moet vooral in docenten geïnvesteerd worden en het is belangrijk dat er in het curriculum meer aandacht is voor gedeelde waarden.