Frank EldersonHet belang van hoogwaardig onderwijs voor een duurzame welvaart

U vraagt zich misschien af wat een directeur van De Nederlandsche Bank hier te zoeken heeft in dit gezelschap van onderwijsdeskundigen. Ik kan me die vraag voorstellen, maar ik hoop ook dat u in de loop van mijn verhaal het antwoord zult vinden. Ik ben in elk geval blij dat ik hier vandaag kan spreken en dank de organisatie dan ook voor de uitnodiging.

Ik wil u om te beginnen meenemen naar juni 2005, naar de universiteit van Stanford. Steve Jobs, destijds nog volop actief als de baas van Apple, hield daar een toespraak voor de net afgestudeerden. De video van dit event is zeven jaar na dato nog steeds een hit op Youtube en dat is begrijpelijk, want Jobs vertelt daarin over de voor- en tegenspoed in zijn bijzondere leven en hoe je altijd en overal ergens van kunt leren, ook als je, zoals in zijn geval, je geplande studie niet afmaakt, maar om de tijd te verdrijven een cursus kalligrafie volgt. Zonder die cursus had hij echter later niet zoveel aandacht gehad voor schoonheid in de vormgeving van de Appleprogramma´s. En hij vertelt dat je moet blijven leren – ook als je denkt dat je het al helemaal gemaakt hebt.  Tien jaar na het begin van Apple werd Jobs namelijk na een conflict ontslagen en moest hij helemaal opnieuw beginnen.  Maar omdat hij was blijven leren, werd ook het nieuwe bedrijf een succes.
Zonder al die vergaarde kennis was Steve Jobs niet zo’n succesvol zakenman geworden. En wat voor hem als persoon geldt, geldt ook voor Apple: zonder aandacht voor research en ontwikkeling was het bedrijf niet zo groot geworden.

Investeren in onderwijs
En wat voor bedrijven geldt, geldt ook voor landen: zonder een groot arsenaal aan hoger opgeleiden kan geen land het meer redden in deze tijd. Het verband tussen het gemiddelde opleidingsniveau van de burgers en het economisch succes van een land is nog nooit zo sterk geweest. Als de burgers van een land gemiddeld één jaar langer studeren, leidt dat binnen enkele decennia tot een verhoging van het niveau van het BBP met tien procent.
Een land dat investeert in de opleiding van zijn burgers, krijgt daarvoor gemiddeld vier keer het geïnvesteerde bedrag terug. Eén afgestudeerde van het hoger onderwijs levert een land gemiddeld 100.000 dollar op aan hogere belastinginkomsten – terwijl de gemiddelde studie niet meer dan een kwart daarvan kost. De OESO leert ons dan ook jaar na jaar dat landen die economisch vooruit willen er goed aan doen te investeren in hoogwaardig onderwijs.
Het is alleen lastig dat de relatie tussen investering en rendement bij onderwijs nogal diffuus is. Zo geeft Nederland bijna zes procent van het BBP uit aan onderwijs, tegen Zweden, Denemarken en Noorwegen, die hieraan ruim zeven procent van het BBP besteden. Nederlandse kinderen scoren echter hoger op de internationaal vergelijkbare toetsen. Méér geld leidt dus kennelijk niet automatisch tot betere prestaties.
Ook is het niet zo dat leerlingen uit welvarende landen het op school beter doen dan leerlingen uit minder rijke landen. De beste schoolprestaties vind je namelijk in Zuid-Korea – bepaald niet het meest welvarende land van de wereld. Het draait dus duidelijk niet alleen om geld, maar ook om de vormgeving van het onderwijssysteem en om culturele en sociale factoren.
Wat is nu de situatie in Nederland? Waarin doen we het goed en waarin niet? Uit cijfers van het CPB en de OESO blijkt dat we in Nederland nog best een tandje bij kunnen zetten. Zeker, de prestaties van de leerlingen zijn gemiddeld goed, zoals we al zagen, maar dat zijn de kinderen die op school blijven. Een van onze problemen is dat er per jaar 40.000 kinderen van school gaan zonder diploma, circa negen procent. Verder verandert binnen twee jaar bijna een kwart van de hbo- en universitaire studenten van opleiding. Buiten de kosten die hiermee gemoeid zijn, geloof ik overigens niet dat wij dit laatste meteen als een ernstig probleem moeten zien. Een korte blik buiten het eigen vak levert namelijk wél een bredere oriëntatie op.  En daarvan kan de samenleving als geheel later weer profiteren; denk aan Steve Jobs!    

Investeren in onderzoek en ontwikkeling
En net zoals het in ons onderwijs beter kan, geldt dat ook voor onderzoek en ontwikkeling. Nederland geeft daaraan maar 1,9 procent van het BBP uit en daarmee scoren we internationaal gezien echt onder het gemiddelde. Het verschil tussen wat bedrijven in Nederland en die in de andere EU-landen uitgeven aan onderzoek en ontwikkeling is de afgelopen jaren zelfs verder toegenomen. Nederlandse bedrijven komen niet verder dan zo’n  0,9 procent van het BBP; en dat is laag. Zweedse bedrijven zitten in Europa met 2,3 procent aan de top; Zwitserland zit op 2,2 procent en Duitsland op 1,9 procent. Willen Nederlandse bedrijven dit hoge niveau bereiken, dan komt dat wel neer op een extra uitgave van acht miljard euro aan R&D.

Investeren in kennisontwikkeling en opleiding
Daarnaast zullen Nederlandse bedrijven meer moeten investeren in de kennisontwikkeling en opleiding van hun werknemers. Nederland scoort weliswaar vrij hoog als het gaat om innovatie, zoals de inzet van ICT en de ontwikkeling van software, maar laag als het gaat om investeringen in kennisontwikkeling en de opleiding van werknemers. Zo’n achterblijvende investering is op den duur niet goed voor ons land. Zoals ik aan het begin van mijn bijdrage al zei: je moet blijven leren. Wie in deze tijd denkt zijn hele leven te kunnen teren op de op school opgedane kennis zal uiteindelijk niet vooruit komen en dus moeten bedrijven investeren in het ‘een leven lang leren’ van de medewerkers. Succesvolle organisaties, organisaties die zich flexibel aanpassen aan veranderende omstandigheden, voeren léren en léren leren hoog in het vaandel.
Kennis ontstaat vaak op het snijvlak tussen verschillende vakgebieden, tussen de wiskundige en de jurist, tussen de econoom en de psycholoog. Binnen DNB zoeken we deze kruisbestuiving op door het stimuleren van roulatie, het samenstellen van multidisciplinaire teams en door projectmatig werken.
Kennis is geen absoluut gegeven. Het is een steeds veranderende verzameling van onze beste voorlopige hypotheses over hoe de wereld in elkaar zit. Bij die hypotheses moeten continu vraagtekens worden geplaatst. Bij DNB trainen wij daarom onze medewerkers om dogma’s te wantrouwen.  Dat betekent dat je je bij je werkzaamheden altijd baseert op de op dat moment beste kennis, in het vólle bewustzijn dat wat vandaag zeker lijkt, morgen kan wankelen en overmorgen aantoonbaar onjuist kan blijken.

Leren is nemen èn geven
Leren kan gericht zijn op jezelf (iets leren) of op een ander (iemand iets leren).  Van dat laatste leer jezelf overigens wellicht wel het meest. Leren is nemen èn geven. Binnen DNB stimuleren wij beide vormen van leren. Wij hebben een DNB academie opgezet, met docenten van buiten en binnen DNB. Onze medewerkers leren van en aan elkaar. Hier vindt kruisbestuiving plaats die nieuwe inzichten, nieuwe kennis genereert.
Met de DNB academie dragen we niet alleen kennis over, maar worden ook op interactieve wijze vaardigheden aangeleerd. Hoe voer ik een goed toezichtgesprek?  Hoe bepaal ik van tevoren welke doelen ik met dat gesprek wil bereiken en hoe bereik ik die?
Leren maakt ons toezicht effectiever. Hetzelfde geldt voor onze andere taken, zowel op monetair gebied als op dat van het betalingsverkeer.
Ons trainingsprogramma voor veelbelovende jonge medewerkers heet Questions. Deze naam sluit naadloos aan bij het belang van leren. Leren vragen te stellen, leren vraagtekens te plaatsen bij wat als geaccepteerde waarheid geldt, intern en extern. Deze basishouding stelt ook eisen aan onze medewerkers. Zij moeten ervoor zorgen dat zij geschikt zijn en blijven om hun taak uit te voeren en zijn verantwoordelijk voor hun eigen leerproces. Wij bieden uitstekende opleidingen aan, stellen daar een hoog budget voor beschikbaar en scheppen daarmee de voorwaarden om minstens bij en het liefst voor te blijven en steeds beter te worden. Zo houden lerende medewerkers en een lerende organisatie elkaar in onderlinge interactie al lerend scherp.

Altijd beter
Het is duidelijk. Wij doen het helemaal niet zo slecht in Nederland, maar het kan nog een stuk beter. Nederlandse bedrijven moeten meer investeren in onderzoek en ontwikkeling, en in de permanente ontwikkeling van medewerkers. En Nederland moet investeren in goed onderwijs.
Over wat het beste recept is voor verbetering van ons onderwijs zijn wij nog niet helemaal uit, maar inmiddels is wél duidelijk dat méér geld alleen in elk geval niet de oplossing is.
Een aantal andere dingen weten we inmiddels ook zeker. Ten eerste dat de kwaliteit van de leraren een enorme rol speelt. En ten tweede – en dat blijkt uit het laatste jaarrapport van de OESO – dat aan kinderen van laagopgeleide of niet-Nederlandse ouders op vroegere leeftijd onderwijs moet worden aangeboden. Als we zorgen dat deze kinderen al vanaf hun derde naar school kunnen, wordt de kans op een succesvolle schoolcarrière echt een stuk groter – net als de kans op een betere baan.

Hoop
Ik heb overigens goede hoop! We zien dat spijbelen en je huiswerk niet maken niet meer zoveel aanzien geeft als vroeger. Nerds zijn tegenwoordig iets minder uncool op school dan vroeger en wiskunde is wat hotter aan het worden: het aantal wiskundestudenten is in vijf jaar verdubbeld en ook meisjes kiezen steeds vaker exacte vakken. De helft van de meisjes op het VWO kiest nu al een bètapakket – dat lijkt me een geweldige ontwikkeling.  

Stay hungry
Want een leven lang leren – daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen. En je kunt er niet lang genoeg mee doorgaan. En dat was precies de les die Steve Jobs de pas afgestudeerden in Stanford destijds voorhield: Stay hungry. Blijf leren. Blijf nieuwsgierig.