Een optimale overgang van voorschoolse instelling naar groep 1 “Looking with an open mind, not an empty head” – door drs. Martine Amsing (KPC Groep) en drs. Marjan van de Maas (KPC Groep)

De eerste dag op de basisschool
Als start van de presentatie zien we prinses Alexia voor de allereerste keer hand in hand met haar grote zus Amalia en vergezeld door papa Prins Willem-Alexander en mama Prinses Maxima naar school gaan. Elke dag maken kinderen de overstap van een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf naar de basisschool. Een spannende stap voor kinderen en hun ouders, of je nu een prinsesje bent of niet. Maar ook spannend voor de betrokken pedagogisch medewerkers van de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf die de peuter hebben gevolgd en begeleid en voor de leerkrachten van groep 1-2 die kennismaken met een nieuw kind en die de kleuter gaan ondersteunen bij de eerste stappen van zijn verdere schoolloopbaan.

In het belang van het kind spannen pedagogisch medewerkers en leerkrachten zich samen met ouders in om deze overstap naar de basisschool zo soepel mogelijk te laten verlopen. De pedagogisch medewerkers dragen hun kennis en ervaringen met de peuter over aan de leerkracht van de basisschool, zodat de basisschool van begin af aan goed geïnformeerd is.

De media en de doorgaande lijn van peuter naar kleuter
De laatste jaren verschijnen er in de media nogal eens krantenkoppen als: “Mag een peuter nog peuteren en een kleuter nog kleuteren?” of  “Kleuterjuffen vinden het onderwijs te schools”; dit geeft aan dat er heel wat in beweging is in de voor- en vroegschoolse educatie (VVE). De doelstelling van passend onderwijs en VVE is doorlopende leer- en zorglijnen te arrangeren om stagnaties in de ontwikkeling en de schoolloopbaan te voorkomen. Daarbij gaat het om een doorgaande lijn in het educatief aanbod, het pedagogisch handelen, het educatief handelen, de zorg en begeleiding van kinderen en de rol van ouders daarbij. Voor pedagogisch medewerkers en leerkrachten komt er steeds meer nadruk te liggen op het goed kunnen observeren, registreren en toetsen bij jonge kinderen. Zaken als inzicht in de ontwikkeling van kinderen, de leerlijnen en daarbij behorende (tussen)doelen en zicht op een gevarieerd beredeneerd aanbod in de (kleine) kring, spel in de hoeken en een gerichte inzet van ontwikkelingsmaterialen zijn een vereiste voor pedagogisch medewerkers en leerkrachten om tegemoet te kunnen komen aan de behoeften van jonge kinderen en hen te stimuleren en te enthousiasmeren binnen hun eigen ervaringswereld. Een belangrijk onderdeel van een goede doorgaande lijn betreft de overdracht van gegevens van de peuters naar de basisschool. Het gaat niet alleen om de achtergrondgegevens van ouders en kinderen, maar vooral ook om de vorderingen van het kind op de verschillende ontwikkelingsdomeinen en de aanpak waar het kind bij gebaat is, waarop de leerkracht met haar aanbod naadloos kan aansluiten.

Het belang van de doorgaande lijn van voorschoolse instelling naar basisschool onderzocht
Waarom is de doorgaande lijn van peuters naar kleuters zo belangrijk? Problemen bij deze transitie kunnen ernstige en langdurige gevolgen hebben voor de schoolloopbaan. Te denken valt aan taalachterstanden of emotionele problematiek. Een protocol dat bijdraagt aan de formalisatie en optimalisatie van de transitie kan een bijdrage leveren aan het verbeteren van de overgang van voorschoolse instelling naar de basisschool. Vanuit KPC Groep hebben we in opdracht van het Ministerie van OC&W onderzoek verricht naar de overgang van voorschoolse instelling naar de basisschool. Uit het literatuuronderzoek volgden vier bevorderende en zeven belemmerende factoren voor een goede transitie.

  • Bevorderende factoren zijn onder andere: voorbereiding van kinderen op de overgang; overdracht van informatie over de individuele kindkenmerken; doorgaande lijn van de pedagogische en didactische aanpak en het betrekken van ouders.
  • Belemmerende factoren zijn onder andere: afwezigheid van een probleemeigenaar en basisschoolleerkrachten, die niet beïnvloed willen worden door informatie van pedagogisch medewerkers.

Deze factoren worden door de deelnemers van de deelsessie herkend en aangevuld. Concrete informatie over de overdracht mist in de literatuur. Hiervoor zijn interviews met leerkrachten, intern begeleiders, coördinatoren en pedagogisch medewerkers gehouden en de bevindingen zijn vormgegeven in een handreiking voor de overdracht. Deze handreiking is wederom voorgelegd aan leerkrachten, intern begeleiders, pedagogisch medewerkers en coördinatoren en op basis van hun evaluatie hebben bijstellingen plaatsgevonden.

De handreiking voor de overgang van voor- naar vroegschoolse periode kan als basis dienen voor de opzet van een protocol in de praktijk of het toetsen van het huidige protocol. De handreiking bestaat uit een beschrijving van de zeven fasen waarin de stimulerende en belemmerende factoren uit het onderzoek verwerkt zijn. Daarnaast zijn activiteiten, aandachtspunten en formulieren, achtergrondinformatie en aandachtspunten voor de organisatie opgenomen.

  • Fase 1: Informatie verzamelen gedurende voorschoolse periode;
  • Fase 2: Informatie vastleggen voor de overdracht;
  • Fase 3: Intake basisonderwijs;
  • Fase 4: Overdrachtsgesprek voorschoolse instelling en basisschool;
  • Fase 5: Kennismaking op en overgang naar basisschool;
  • Fase 6: Gebruikmaken van de informatie op basisschool;
  • Fase 7: Terugkoppeling van basisschool naar voorschoolse instelling.

Ook voorziet de handreiking in een checklist met activiteiten en scores voor de huidige en gewenste situatie. De handreiking is te downloaden op www.kpcgroep.nl of te bestellen bij KPC Groep.

In de praktijk van het onderzoek en de invoering van het protocol zijn een aantal belangrijke aandachtspunten naar voren gekomen, waar tijdens de bijeenkomst over gesproken is met de deelnemers:

  • Het belang van het aanstellen van een VVE-coördinator of -contactpersoon per instelling; bij voorkeur een leerkracht groep 1-2 of pedagogisch medewerker.
  • De onervarenheid en onwetendheid over elkaars werk tussen de pedagogisch medewerker en leerkracht leidt nogal eens tot onbegrip en ondeskundige oordelen over elkaars handelen in de praktijk.
  • Opbrengstgericht werken in de voorschoolse periode is nog geen gemeengoed in de diverse voorschoolse instellingen.
  • Het opstellen van protocollen voor de overgang van voor- naar vroegschoolse instelling door de gemeenteambtenaar of een gemeentelijke werkgroep leidt niet altijd tot bekendheid in de praktijk.
  • Het werken aan een doorgaande lijn en een (warme) overdracht is niet alleen belangrijk voor VVE-locaties, maar voor alle voor- en vroegschoolse instellingen en voor niet-VVE-kinderen.
  • In de voorschoolse periode zijn geen of zeer weinig taakuren beschikbaar voor pedagogisch medewerkers, waardoor het invullen van overdrachtsformulieren, overdrachtsgesprekken en terugkoppelingen vanuit de basisschool onder grote tijdsdruk komen te staan.