Brede School Academie Utrecht – een doorgaande lijn tot in het voortgezet onderwijs  – door Arjen Scholten (Brede School Academie) en Kees Broekhof (Sardes)

BSA: aandacht voor talent
Talent staat in de schijnwerpers. Het laatste internationale TIMMS-onderzoek (2012) laat zien dat leerlingen met achterstanden het goed doen in Nederland. Hetzelfde onderzoek laat zien dat talentvolle kinderen te weinig aan hun trekken komen. We moeten meer oog hebben voor getalenteerde kinderen. De Brede School Academie in Utrecht (BSA) is een naschoolse voorziening waar kinderen met leertalent, maar ook met een achterstand in de Nederlandse taal, twee keer per week extra les krijgen. De BSA biedt leerlingen extra leerkansen, bereidt hen voor op het voortgezet onderwijs en begeleidt hen tot in het eerste jaar van het voorgezet onderwijs volgens een doorgaande lijn die start in het basisonderwijs.

In deze bijdrage beschrijven we de uitgangspunten en vormgeving van de BSA en gaan we in op de wijze waarop de BSA leerlingen ondersteunt in de overgang naar het voortgezet onderwijs.

Profiel van de BSA
De leerlingen van de BSA zijn afkomstig uit groep 6, 7 en 8 van Utrechtse basisscholen en de brugklassen van het Utrechtse Gerrit Rietveld College, het Christelijk Gymnasium Utrecht en het Utrechts Stedelijk Gymnasium. Deze leerlingen doen het goed op school, maar zij slagen er niet in om hun leerpotentieel volledig te realiseren, omdat hun beheersing van de Nederlandse taal niet op hetzelfde niveau ligt als hun intellectuele capaciteiten en ambitie. Om het talent van deze leerlingen tot volle bloei te laten komen biedt de BSA een naschools programma met twee expliciete doelen. Ten eerste het verbeteren van de leerprestaties, waarbij vrij lezen, begrijpend lezen en woordenschatuitbreiding centraal staan. En ten tweede het stimuleren van een academische houding ten opzichte van leren, door in de interacties met en tussen de leerlingen de nadruk te leggen op plezier in leren, nieuwsgierigheid, zelfstandigheid en hoge verwachtingen.

Je moet brains hebben
Om tot de BSA toegelaten te worden, moet je wel wat in je mars hebben; zoals een leerling het verwoordt: “Je moet wel gemotiveerd zijn. Als je niet wilt leren, dan wordt het niks, dan is het zonde van de tijd. Maar je moet ook de brains hebben, je moet snel kunnen leren.” Bij de selectie wordt daarom scherp gekeken naar de capaciteiten en de motivatie van de leerlingen. Een belangrijke vuistregel is: de leerling moet (uiteindelijk) perspectief hebben op havo/vwo. Ook de motivatie van de ouders wordt zwaar meegewogen; zij zijn er immers mede verantwoordelijk voor dat hun kind iedere week twee keer naar de BSA gaat.

Het BSA-programma
Iedere middag op de BSA, zowel in het basis- als in het voortgezet onderwijs, heeft dezelfde structuur:

  • Leestafel: praten over artikelen uit kranten/tijdschriften;
  • Agenda: wat leer je vandaag?;
  • Boekenclub: praten over boeken en lezen;
  • Woordenschat: nieuwe woorden leren;
  • Teksten lezen, informatie zoeken en verwerken;
  • Woordenschat: oefenen met nieuwe woorden;
  • Boeken ruilen;
  • Terugblik: wat heb je geleerd?

Een doorgaande lijn
Het programma van de BSA sluit aan bij het onderwijs buiten de BSA, de basisschool of de brugklas. Zo krijgen leerlingen de kans om de vaardigheden die ze op school ontwikkelen verder uit te bouwen en te verdiepen op de BSA. Deze doorgaande lijn is zichtbaar op vier dimensies van het programma:

  • Didactiek: Voor instructie in woordenschat en begrijpend lezen hanteren de reguliere en de BSA-leerkrachten dezelfde didactiek, respectievelijk de ‘Viertakt van Verhallen’ en het ontwikkelen van leesstrategieën volgens de aanpak van Nieuwsbegrip.
  • Pedagogische aanpak: De principes van de Vreedzame School bepalen zowel op de BSA als op de (meeste) reguliere basisscholen het pedagogisch klimaat. In beide situaties leren de leerlingen verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leerproces en leren ze op een positieve manier met anderen samen te werken.
  • Inhoud: De onderwerpen in de lessen van de BSA sluiten aan op de onderwerpen van de lessen Nieuwsbegrip die de leerlingen krijgen op de basisscholen en in de brugklas.
  • Cultuur: De academische houding die de BSA bij de leerlingen stimuleert krijgt ook aandacht in de brugklas van het Gerrit Rietveld College en de gymnasia.

Voorbereiding op het voortgezet onderwijs
De BSA bereidt leerlingen op verschillende manieren voor op het voortgezet onderwijs:

  • Door de prestaties op het gebied van begrijpend lezen, woordenschat en kennis van de wereld te verbeteren, zodat taal niet langer een belemmering vormt voor het leren;
  • Door bij leerlingen een academische houding te stimuleren, die hun intrinsieke motivatie bevordert en die hun vertrouwen geeft in eigen kunnen, ook als er in het voortgezet onderwijs hogere eisen gesteld gaan worden;
  • Door over een langere periode, van groep 6 tot in de brugklas, ondersteuning te geven, volgens dezelfde uitgangspunten en werkwijzen (doorgaande lijn);
  • Door specifieke voorzieningen te bieden, gericht op de leereisen van het voortgezet onderwijs: het bootcamp en de POVO-zomerschool (zie hieronder).  

Bootcamp
In de brugklas van de BSA worden de lessen in de eerste vijf weken van het jaar gebruikt om de leerlingen voor te bereiden op impliciete eisen die het voortgezet onderwijs stelt aan leerlingen. Middelbare scholieren worden geacht zelfstandig bronnen te kunnen gebruiken, werkstukken te maken en presentaties te geven, vaak zonder dat daar instructie in is gegeven. De BSA laat de leerlingen daarom vijf weken kennis en vaardigheden opdoen rond onderzoek doen, presenteren, debatteren, journalistieke genres herkennen (column, nieuwsbericht, reportage, etc.) en schrijven (objectief, subjectief).

POVO-zomerschool
De BSA heeft een speciale variant van haar zomerschool ontwikkeld, die gericht is op de overgang van primair naar voortgezet onderwijs (PO-VO). De POVO-zomerschool is bedoeld voor BSA-leerlingen die groep 8 hebben afgerond en leerlingen uit Utrecht die niet de BSA hebben gevolgd, maar die wel voldoen aan het profiel van BSA-leerlingen. Het programma, dat een week duurt, bereidt de leerlingen voor op de aard van de leerstof en het leren in de brugklas, bevordert leervaardigheden, stimuleert het zelfvertrouwen en laat de leerlingen kennismaken met VO-scholen in Utrecht. Het programma omvat drie componenten:

  • Cognitief: leren omgaan met schoolboekteksten;
  • Sociaal: bewustwording van je eigen leertalent, leren verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen leren, herkennen van mogelijkheden om je leergedrag te sturen;
  • Creatief: objecten vervaardigen voor de ‘talentenkast’, aansluitend bij de onderwerpen van de zomerschoollessen.

Opbrengsten
De leeropbrengsten van de BSA worden gemeten door een extern onderzoeksbureau, op basis van Cito-scores. Het blijkt dat de BSA-leerlingen, die binnenkomen met scores voor begrijpend lezen die onder het landelijk gemiddelde liggen, na verloop van tijd boven het landelijk gemiddelde scoren. Het is de bedoeling om in de toekomst ook resultaten te meten met betrekking tot de academische houding die BSA wil stimuleren in leerlingen.  

Meer informatie kunt u vinden op: www.bredeschoolacademieovervecht.nl.