Studieloopbanen van vmbo’ers in het mbo – door Jan Neuvel (ecbo) en drs. Michaela Zwaan (MBO Raad)

In de doorstroom van het vmbo naar het mbo kiezen leerlingen een beroepsopleiding in het mbo. Voor veel van hen is het mbo eindonderwijs en dus een opstap naar de arbeidsmarkt. Anderen willen via het mbo naar een opleiding in het hbo. Hoe dan ook, vmbo’ers moeten bij de overgang van het vmbo naar het mbo dus eigenlijk al een goed beeld hebben van het soort werk dat ze willen gaan doen of het beroep dat ze na het mbo willen gaan uitoefenen. Veel vmbo’ers worstelen echter aan het eind van het vmbo nog met de vraag wat ze willen worden en welke beroepsopleiding daar bij
hoort.

Vaak komen ze er in hun eerste jaar op het mbo achter dat hun opleiding of toekomstig beroep toch niet bij hen past of dat een ander beroep interessanter is. Veel van deze jongeren starten vervolgens opnieuw in een andere opleiding. Dat heeft gevolgen voor hun schoolloopbaan. Ze zijn langer bezig met het behalen van een diploma. Naast de vmbo’ers die zonder diploma doorstromen naar het mbo, is ook deze groep gevoeliger voor uitval.

Actieplan ‘Focus op Vakmanschap’
In de deelsessie hebben Jan Neuvel en Michaela Zwaan samen met de aanwezigen besproken op welke wijze het Actieplan mbo ‘Focus op Vakmanschap 2011-2015’ en meer aandacht voor studieloopbaanbegeleiding een positieve bijdrage kunnen leveren aan het terugdringen van de uitval van jongeren.
Het Actieplan richt zich op verhoging van de kwaliteit van het mbo, vereenvoudiging van het mbo als stelsel en het op orde brengen van besturing en bedrijfsvoering. Het motto daarbij is: de basiskwaliteit op orde en de lat omhoog.
In de presentatie ging Michaela Zwaan in op de maatregelen die in het Actieplan staan, waarbij de nadruk lag op maatregelen die de schoolloopbaan van de mbo-studenten het meest direct beïnvloeden.

Besproken maatregelen uit Focus op Vakmanschap:  
•    Intensivering onderwijstijd;
•    Verkorting beroepsopleidingen;
•    Beëindiging drempelloze instroom niveau 2;
•    Invoeren entreeopleidingen;
•    Loopbaanoriëntatie en beroepskeuzevoorlichting.

Studie- en beroepskeuze
In het tweede deel van de deelsessie zoomde Jan Neuvel in op de studie- en beroepskeuze van vmbo-leerlingen. Hoe ontwikkelt dit zich in het vmbo, hoe hangt de duidelijkheid van die keuzes samen met uitval en met het verloop van de  schoolloopbaan in het mbo? Onderzoek laat zien dat aan het eind van het vmbo circa veertig procent van de leerlingen nog onzeker is over hun beroepsinteresse en dat circa een derde van de leerlingen het moeilijk heeft met de keuze van een mbo-opleiding.  De leerlingen die niet zeker zijn van hun interesse en ook niet goed weten welke opleiding ze in het mbo willen gaan volgen, blijken vaker spijt te hebben van hun opleidingskeuze in het vmbo en ook duidelijk vaker ontevreden te zijn over de loopbaanbegeleiding in het vmbo. Leerlingen die zich (te) laat voor een mbo-opleiding aanmelden, zijn oververtegenwoordigd in deze groep. Bijna veertig procent van hen doet dat pas aan het eind van het laatste schooljaar, vaak na de examens en één op de tien meldt zich pas aan in augustus of september. Deze leerlingen kiezen bovendien vaker voor een niet-verwante opleiding.
Veel van hen komen uiteindelijk niet terecht in de opleiding waar ze zich in eerste instantie voor hebben aangemeld, bijvoorbeeld omdat ze na het intakegesprek toch een andere opleiding kiezen of omdat de opleiding al vol is.

Loopbaanoriëntatie en beroepskeuzebegeleiding staan de laatste jaren volop in de belangstelling. Gezien de risico’s van leerlingen op een minder succesvolle schoolloopbaan door verkeerde keuzes is die extra aandacht meer dan terecht. De worsteling met de beroeps- en opleidingskeuze zal echter blijven bestaan. Groei in de beroepsinteresse is geen lineaire ontwikkeling, maar gaat bij sommigen met vallen en opstaan. Ook voor die leerlingen moet het onderwijs oog blijven houden.