Goede loopbaanoriëntatie- en begeleiding (LOB) loont! – door drs. Karen Oostvogel (VO-raad) en Sanne Weijers, MSc (Oberon)

Project Stimulering LOB
De VO-raad voert sinds zomer 2009 het project Stimulering LOB uit. Dit project heeft als doel om VO-scholen te stimuleren een kwaliteitsslag te maken op loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) van leerlingen. De kwaliteitsslag moet ertoe leiden dat leerlingen bewuster leren kiezen en zodoende hun loopbaan kunnen sturen. Dit begint bij het maken van een profiel- of sectorkeuze en aan het einde van het middelbare onderwijs met de keuze voor de vervolgopleiding. Vanuit het project zijn diverse handvatten en instrumenten ontwikkeld om scholen te helpen bij het in kaart brengen van waar de kwaliteitsslag te maken valt binnen de eigen school en om er ook daadwerkelijk mee aan de slag te gaan (de implementatie).

De twee grootste opbrengsten hierbij zijn de LOB-scan  en de Loopbaanbox. De LOB-scan geeft goed weer dat goede LOB niet alleen verschillende oriëntatie- en voorlichtingsactiviteiten bestrijkt, maar dat er verbinding moet zijn met de visie en beleidskeuze die er is in de school, de deskundigheid van de betrokkenen actoren (van schoolleiding tot vakdocent) en de samenwerking met externen (ouders, vervolgonderwijs en bedrijfsleven). De verbinding en samenhang tussen deze zaken is essentieel om LOB goed geïntegreerd in het onderwijs te krijgen in plaats van een losstaand iets binnen de school.

De Loopbaanbox volgt een zeven stappentraject, gekoppeld aan Plan, Do Check en Act, om zo daadwerkelijk LOB binnen de school te verbeteren. Voor iedere stap zijn meerdere instrumenten en handvatten beschikbaar, allen te vinden in de Loopbaanbox:
1.    Inventariseren;
2.    Visie ontwikkelen;
3.    Prioriteiten stellen;
4.    Professionaliseren;
5.    Uitvoeren;
6.    Monitoren & evalueren;
7.    Borgen.

Samenwerking in de keten
Naast bovenstaande beschreven instrumenten, zijn er de afgelopen jaren ook diverse projecten met scholen geweest waardoor scholen actief bezig zijn geweest met LOB. Daarnaast hebben de projecten ook inzichten opgeleverd. Zo heeft de Pilot VO-HO, waarbij vijf samenwerkingsverbanden tussen voorgezet en hoger onderwijs gezamenlijk een jaar lang aan diverse LOB-activiteiten hebben gewerkt, inzichten gegeven hoe je in de keten samen kunt werken aan LOB. De resultaten laten zien dat er enkele elementen van belang zijn om goede LOB-activiteiten in gezamenlijkheid op te pakken: 1. Kennisdeling en samenwerken (geeft uitwisseling en gedeelde praktijk, inzichten van elkaars instelling), 2. Inhoudelijke ontwikkeling (zorgt voor aansluiting belevingswereld leerlingen, bewustwording belang LOB bij leerlingen), en 3. Betrokkenheid en deskundigheid (creëert betrokkenheid en draagvlak bij management, decanen en mentoren, betere verankering van  LOB in de school).

Onderzoek bij eerstejaars studenten
Na drie jaar project Stimulering LOB werd het tijd om naar de effecten te gaan kijken van LOB. Is er een verband te vinden tussen de wijze waarop leerlingen LOB krijgen aangeboden en de kans dat zij uitvallen en/of switchen in het vervolgonderwijs? Om hier achter te komen is er op initiatief van het project zeer recentelijk (september 2012) onderzocht hoe leerlingen op de middelbare school zijn begeleid bij hun studiekeuze. Hiertoe is er een enquête uitgezet bij alle eerstejaars studenten die in september 2012 van start zijn gegaan in het hoger onderwijs. Ruim 12.500 eerstejaars studenten gaven antwoord op diverse vragen die zicht gaven hoe zij LOB in hun vroegere school kregen. De belangrijkste conclusies die hieruit kwamen zijn:

  • Tweederde van de respondenten heeft op zijn vroegere school een of meerdere individuele gesprekken gevoerd over zijn studiekeuze en loopbaanoriëntatie. Meer dan de helft had een gesprek met de decaan en circa veertig procent had (ook) een individueel gesprek met de mentor.
  • In de LOB-activiteiten die de respondenten kregen aangeboden, waren de eigen motieven en ambities, talenten en kwaliteiten de belangrijkste thema’s; belangrijker bijvoorbeeld dan het beeld van potentieel interessante opleidingen en beroepen.
  • Ouders zijn meestal via een informatieavond betrokken bij LOB; bij één derde van de respondenten waren zij helemaal niet betrokken.
  • De helft van de respondenten heeft op school hun keuze voor een vervolgopleiding toegelicht; soms schriftelijk, meestal mondeling.

Omdat het onderzoeksbureau ResearchNed over inzichten beschikt die studenten die na het eerste jaar switchen/uitvallen kenmerken , is het mogelijk een (voorzichtige) conclusie te trekken tussen de LOB-activiteiten in het VO en de kans op switchen en uitval. Dit door de antwoorden die LOB en switch/uitval kenmerken aan elkaar te koppelen. Hieruit blijkt dat vooral het voeren van meerdere individuele gesprekken dóór de jaren heen en het betrekken van mentoren en vakdocenten belangrijk zijn voor het maken van een goede studiekeuze en de kans op switch/uitval reduceren. Dit is goed nieuws voor scholen die bezig zijn met de overgang van een eerstelijns- naar een tweedelijns decanaat.
Na de zomer van 2013 is bekend welke respondenten daadwerkelijk  zijn uitgevallen en geswitcht en kan meer worden gezegd over het directe verband tussen LOB in het VO en vroege uitval in het hoger onderwijs. Zodra deze onderzoeksresultaten bekend zijn, worden ze bekendgemaakt via het project Stimulering LOB.

Voor meer informatie over het project Stimulering LOB: www.lob-vo.nl

Noten
(1) Via de jaarlijkse Startmonitor van Research Ned: www.researchned.nl/onze-onderzoeken/page/3/